Gratis PDF-reader

 

 

Geen donaties
Alles gratis
(Mt 10:8)

 

 

 

 

 

 

 

 

Mag ik oordelen?

Is It Right to Judge? Franklin C. Huling, MA - Fundamental Evangelistic Association

Alle Schriftaanhalingen komen uit de Statenvertaling 1977, tenzij anders vermeld. Vertaling en voetnoten door M.V.

 

Mag ik oordelen?

Deze vraag is er een die vele christenen in verlegenheid brengt. Een zorgvuldige en opengeestige studie van de Bijbel maakt het duidelijk dat over bepaalde vitale zaken het niet alleen juist is maar ook een positieve plicht is om te oordelen. Velen weten niet dat de Schrift ons beveelt te oordelen. De Heer Jezus Christus beval: "oordeelt een rechtvaardig oordeel" (Joh 7:24). Hij zei tot een man: "Gij hebt recht geoordeeld" (Luk 7:43). Aan anderen vroeg onze Heer: "En waarom oordeelt gij ook van uzelf niet, wat recht is?" (Luk 12:57).

De apostel Paulus schreef: "Als tot verstandigen spreek ik; oordeelt [krinate] gij, hetgeen ik zeg" (1Kor 10:15). En opnieuw: "Doch de geestelijke [mens] onderscheidt [anakrinei] wel alle dingen, maar hij zelf wordt door niemand onderscheiden [anakrinetai]" (1Kor 2:15)1. Het is onze positieve plicht om te oordelen.

Valse leraars en valse leer

"Maar wacht [u] van de valse profeten!" (Matt 7:15) is de waarschuwing en het bevel van onze Heer. Maar hoe kunnen wij ons voor hen "wachten" en hoe kunnen wij weten dat zij "valse profeten" zijn als wij niet oordelen? En wat is de van God gegeven maatstaf waarmee wij moeten oordelen? "Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben" (Jes 8:20). "Aan hun vruchten zult gij hen kennen" (Matt 7:16) zei Christus. En voor het beoordelen van de "vruchten" moeten wij oordelen door Gods Woord, niet op grond van menselijke redenatie. Vele dingen lijken goed onder menselijke beoordeling maar ze zijn vals in het licht van Gods Woord.

De apostel Paulus berispte gelovigen: "En ik bid u, broeders, neemt acht op hen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij [van ons] geleerd hebt; en wijkt af van hen. Want dezulken dienen onze Heere Jezus Christus niet, maar hun buik; en verleiden door schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen" (Rom 16:17-18). Dit apostolisch bevel kan niet gehoorzaamd worden wanneer het niet juist is te oordelen. God wenst dat wij Zijn Woord kennen en dat wij daaraan alle leraars en hun leringen toetsen en beoordelen. Noteer ook dat het de valse leraars zijn die "tweedracht" aanrichten, en niet zij die protesteren tegen hun valse leringen. En deze bedriegers dienen Christus niet als zij profeteren "maar "hun buik", of met andere woorden: zij leven er goed van. Paulus zegt: "neemt acht op hen" (teken hen) en "wijkt af van hen" (mijd hen).

"Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan wat onrein is, en Ik zal u aannemen" (2Kor 6:17; lees de verzen 14-18). En "Heb ook een afkeer van dezen" (2Tim 3:5). "En wij bevelen u, broeders, in de Naam van onze Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iedere broeder, die ongeregeld wandelt, en niet naar de inzetting, die hij van ons ontvangen heeft" (2Thess 3:6). "En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer" (Ef 5:11). "Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan" (Rom 12:9). "Beproeft alle dingen; behoudt het goede" (1Thess 5:21). Het zou onmogelijk zijn deze dringende verzoeken in Gods Woord te gehoorzamen indien wij niet het recht hadden om te oordelen! En onthou: niets is "goed" in Gods ogen wat niet waar is in Zijn Woord.

De apostel Johannes schreef: "Geliefden, gelooft niet iedere geest, maar beproeft [= test, beoordeel] de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld" (1Joh 4:1). En opnieuw schreef hij: "Want er zijn vele verleiders in de wereld gekomen, die niet belijden, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Ö Indien iemand tot u komt, en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in huis, en zegt tot hem niet: Wees gegroet. Want die tot hem zegt: Wees gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken" (2Joh 7, 10-11). Deze Schriftplaats beveelt ons predikers te beoordelen of zij al dan niet de ware leer brengen over Christus.

Wanneer een kind van God bijdraagt aan een kerkelijk budget dat ondersteuning biedt aan modernistische (liberaal, geest van compromis) missionarissen of leraren, dan staat hij op grond van deze schriftplaats schuldig voor God, de schuld van hen te "ontvangen" en te zeggen: "wees gegroet", op de meest effectieve manier. Daardoor komt hij met hen in de "gemeenschap aan hun boze werken", namelijk het verbreiden van zielen-verdoemend vergif! Hoe verschrikkelijk maar waar! Wek u op, kinderen van God. Als u schuldig bent, vraag God u te vergeven en te helpen om nooit meer schuldig te zijn aan het bloed van zielen voor wie Christus stierf. Indien wij bereid zijn voor Christus te lijden, dan willen we gaarne de waarheid zien van Gods Woord over deze ontzettend belangrijke kwestie. "Indien wij verdragen, wij zullen ook met [Hem] heersen" (2Tim 2:12).

Misbegrepen en fout gebruik van de Schrift

Een van de best gekende, meest misbegrepen en verkeerd toegepaste Schriftplaatsen is MattheŁs 7:1: "Oordeelt niet". Laat ons deze passage eens onderzoeken:

"Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. 2 Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden. 3 En wat ziet gij de splinter, die in het oog van uw broeder is, maar de balk, die in uw oog is, merkt gij niet? 4 Of, hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe, dat ik de splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog? 5 Gij geveinsde! werp eerst de balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om de splinter uit het oog van uw broeder uit te doen" (Matt 7:1-5).

Lees deze tekst nog eens zorgvuldig door. Merk op dat deze woorden gericht zijn aan een hypocriet, niet aan hen die oprecht willen onderscheiden of een leraar of leer, waar is of vals volgens Gods Woord. En in plaats van een verbod tegen eerlijk oordelen is dit een ernstige waarschuwing tegen hypocriet oordelen. In feite beveelt het laatste deel van deze schriftplaats juist een oprecht oordeel aan: "dan zult gij bezien, om de splinter uit het oog van uw broeder uit te doen". Als wij een vers apart nemen, of een gedeelte daarvan, dan kunnen wij Gods Woord het tegenovergestelde doen zeggen van wat het in werkelijkheid leert. En zij die dit doen kunnen niet ontsnappen aan Gods oordeel over degenen die Zijn Woord verdraaien (2Petr 3:16). Laat dit voor ons een waarschuwing zijn om nooit nog een Schriftplaats uit zijn context te halen!

Velen die uit de context vroom citeren "oordeel niet" om dat wat Schriftuurlijk vals is te verdedigen, zien hun eigen tegenstrijdigheid niet, en ook niet dat zij daardoor anderen oordelen die Gods Woord wensen te gehoorzamen over het oordelen van wat vals is. Het is tragisch te zien hoeveel onbijbelse leringen werden toegelaten via het misbruik van deze Schriftplaats. De reden waarom de belijdende kerk van Christus vandaag zo ondermijnd is en verlamd door het satanisch modernisme is omdat christenen de geboden van Gods Woord niet gehoorzaamd hebben om te oordelen, weg te doen en zich af te scheiden van valse leraars en leringen, toen deze voor het eerst opdoken in hun midden. Uw fysische gezondheid wordt behouden door u af te schermen tegen ziektekiemen - uw geestelijke gezondheid wordt behouden door u af te scheiden van de kiemen van valse leringen. Het grootste gevaar in onze tijd is niet te veel oordelen, maar het te weinig oordelen van geestelijke valsheid.

God wil dat Zijn kinderen zijn zoals de nobele BereeŽrs "die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren" (Hand 17:11).

Ook Romeinen 2:1-3 is gericht aan de religieuze hypocrieten die zelf de dingen deden die ze bij anderen veroordeelden. Jakobus 4:11-12 behandelt het kwaadspreken over broeders, niet het beoordelen of leraars en leringen al dan niet met Gods Woord in overeenstemming zijn. De Bijbel spreekt zichzelf nooit tegen. Om een deel van de Schrift te begrijpen moeten we het bekijken in het licht van de hele Schrift. "Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen [= geÔsoleerde] uitlegging" (2Petr 1:20). "Geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende2" (1Kor 2:13).

De gelijkenis van det onkruid en de tarwe in Matt 13:24-30, 36-43 wordt dikwijls verkeerd begrepen. Eerst en vooral spreekt de Heer over de wereld, niet Zijn Kerk: "de akker is de wereld" (13:38). Hij zegt verder "het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk; en het onkruid zijn de kinderen van de boze" (13:38). Zij zijn de twee groepen in de wereld; kinderen van God - zij die Christus ontvangen hebben (Joh 1:12), en de kinderen van de boze - zij die Christus afwijzen (Joh 8:44). Wanneer echter iemand van de "kinderen van de boze" in de kerk van Christus komt, zoals zij altijd gedaan hebben, dan is er een besliste procedure in Gods Woord voor Gods kinderen: het is hun plicht om hen te zeggen dat zij "geen deel noch lot" hebben in Christus (zie Hand 8:21-23 en de context).

Indien de kinderen van de duivel niet vrijwillig vertrekken, zoals dit meestal het geval is, worden Gods kinderen geboden de ongelovigen als oud zuurdeeg weg te ruimen: "Zuivert3 dan de oude zuurdesem uit" (1Kor 5:7). Maar Gods volk is Zijn Woord hierover niet gehoorzaam geweest, en zodoende hebben ongelovigen (en ongehoorzame broeders - 2Thess 3:6, 14-15!) de teugels in handen, zoals dit nu het geval is in de meeste denominaties. Daarom, zij die eerlijk willen staan tegenover Christus en Zijn Woord, worden opgeroepen: "gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere" (2Kor 6:17), ongeacht wat de consequenties daarvan zijn.

Andere dingen die geoordeeld moeten worden

Het onzedelijk gedrag van praktiserende christenen moet geoordeeld worden. 1Kor 5 brengt een spijtig verhaal dat besluit met het volgende apostolische bevel: "Maar die buiten zijn oordeelt God. En doet gij deze boze uit u weg" (1Kor 5:13).

Disputen onder christenen over "de zaken, die dit leven aangaan" (1Kor 6:3) zouden beoordeeld moeten worden door een tribunaal van christenvrienden, in plaats van naar ongelovigen te gaan in burgerlijke rechtbanken. Het hele zesde hoofdstuk van 1 KorinthiŽrs maakt hierover Gods plan duidelijk voor Zijn volk. En enkele verrassende waarheden worden hier geopenbaard: 1. "Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen?" en 2. "Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen?" Geliefden, staan wij God wel toe om ons voor die hoge plaats voor te bereiden?

Wij moeten onszelf oordelen. "Onderzoekt uzelf, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelf" (2Kor 13:5). "Want indien wij onszelf oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden. Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van de Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden" (1Kor 11:31-32). Wat een verandering en wat een zegen zou het zijn indien wij onze eigen fouten even onbarmhartig zouden oordelen als die van anderen - en indien we de fouten bij anderen even onbarmhartig zouden oordelen als die van ons! En christenen zouden zichzelf veel tuchtiging van de Heer besparen indien zij hun ongehoorzaamheid zouden oordelen en bekennen zouden tegenover God. En, O, hoeveel oneer en onvruchtbaarheid zou onze gezegende Heer worden bespaard!

Beperkingen bij menselijk oordeel

Niet oordelen over dingen waarover de Bijbel niet direct spreekt. God verbiedt ons onze broeders te oordelen over het eten van bepaalde soorten voedsel, het houden van bepaalde dagen, enz. Schriftplaatsen als Rom 14, 1Kor 10:23-33 en Kol 2:16-17 handelen over dit onderwerp.

Geen beweegredenen oordelen. Zie 1Kor 4:1-5. Enkel God kan in de harten kijken en Hij alleen kent de motieven die achter handelingen staan.

Niet oordelen over wie gered is of niet. "De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn" (2Tim 2:19). Wij kunnen niet in iemands hart kijken en zeggen dat iemand al dan niet de Heer Jezus heeft aangenomen als zijn persoonlijke Redder, indien zij beweren dat zij dat gedaan hebben. Maar we kunnen beter collectief onszelf toetsen aan 2Kor 5:17: "Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden". Als deze verandering niet heeft plaatsgehad, dan is onze belijdenis ijdel.

Twee elementen in "oordeel"

Het nieuwtestamentische Griekse woord dat het meest wordt vertaald met "oordeel" is "krinoo". Van de ene kant betekent dit: onderscheiden, (be)oordelen, onderzoeken, in vraag stellen. Dat is wat God vraagt Zijn kinderen te doen, om uit te maken of de leer van predikers en leraars al dan niet overeenkomt met Gods Woord. De apostel Paulus schrijft: "En dit bid ik [God], dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen [Gr. aisthŤsei: waarneming; KJV: judgment]; Opdat gij beproeft de dingen, die [daarvan] verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot de dag van Christus" (Fil 1:9-10). Een fout idee over liefde en een gebrek aan kennis en oordeelsvermogen maakt dat Gods volk vaak akkoord gaat met dingen die alles behalve goed zijn in Gods ogen. De brief aan de HebreeŽn zegt ons dat volwassen gelovigen, de "volmaakten4", degenen zijn "die door de gewenning de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide van het goede en van het kwade" (zie Hebr 5:11-14).

Van de andere kant betekent het Griekse woord "krinoo" ook "veroordelen" tot een vonnis en straf. Dit is niet voor de mens maar het voorrecht van God, want Hij zegt: "Mij [komt] de wraak [toe]; Ik zal het vergelden" (Rom 12:19).

Hoed u voor een foute attitude

Christenen moeten zich hoeden tegen de neiging van het vlees om een kritische en bedillerige houding aan te nemen tegen hen die onze meningen niet delen overe andere materies dan de Bijbelse leer en moreel gedrag. Eerder dan onze broeders in Christus "af te kammen" op fouten, is het ons voorrecht en onze plicht om alles te doen wat we kunnen om elkaars geestelijke opbouw te stimuleren. Wij horen lief te hebben, voor elkaar te bidden en daarbij toe te zien dat wij niet zelf verzocht worden (Gal 6:1).

Een slotwoord

Beste lezer, indien u gered bent, laat ons dan het volgende niet vergeten: "Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een ieder wegdrage, hetgeen door het lichaam [geschiedt], naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad" (2Kor 5:10). Het zal goed gaan met hen die Gods Woord bestuderen en wandelen in het licht daarvan, en die leven voor Christus en de redding van zielen. Het zal slecht gaan voor degenen die Christus hebben aangenomen maar die leven voor de dingen van deze wereld. Indien u louter een belijder bent van Christus, of helemaal niets belijdt, mag ik er u dan liefdevol aan herinneren dat het de tijd is "dat het oordeel begint van het huis Gods; en indien het eerst van ons [begint], welk zal het einde zijn van hen, die het Evangelie van God ongehoorzaam zijn?" (1Petr 4:17).

Stel het geen ogenblik meer uit om God, ter wille van Christus, uw zonden te vergeven. Geef uw hart en wil over aan de liefhebbende Redder die voor u stierf en weer opstond. Maak Hem de Heer van uw leven. Gelukkig en gezegend zult u zijn, nu en voor eeuwig.

- door Franklin C. Buling, MA

______________________________
"Er bestaat een gevaar om te vervallen in een zacht en verwijfd christendom, onder het mom van een verheven en etherische theologie. Het christendom werd geboren voor lijdzaamheid; niet een exotische maar een geharde plant, diep verankerd door de felle wind; niet slap, noch kinderachtig, noch laf. Het gaat met sterke schreden en opgericht gestel; het is vriendelijk, maar vastberaden; het is zacht, maar eerlijk; het is kalm, maar niet meegaand; gedienstig, maar niet imbeciel; beslist, maar niet lomp. Het is niet bang het harde woord te spreken van de veroordeling tegen dwaling, noch zijn stem te verheffen tegen het omgevende kwaad onder het voorwendsel dat dit toch maar van de wereld is; het deinst niet terug voor het geven van een eerlijke berisping en vreest daarbij niet de beschuldiging van onchristelijk te handelen. Het noemt zonde zonde, bij wie die ook mocht gevonden worden, en riskeert liever de beschuldiging van gedreven te zijn door een slechte geest dan zijn plicht niet te doen. Laten we strenge woorden niet fout beoordelen in een eerlijk dispuut. Vanuit de hitte kan een adder komen, maar we schudden hem af en voelen geen letsel. De godsdienst van het Oude en het Nieuwe Testament is gekenmerkt door fervente, uitgesproken verklaringen tegen het kwade. Het spreken van zachte dingen in zulk geval kan sentimentaliteit genoemd worden, maar het is geen christendom. Het is een verraad van de zaak van de waarheid en de rechtschapenheid. Iemand die beslist, mannelijk, eerlijk en opgewekt is (niet bot of ruw, want een christen moet hoffelijk zijn en beleefd), die is het die heeft geproefd dat de Heer goedgunstig is, en hij verlangt een verhaasting van de komst van Gods dag. Ik besef dat liefde een menigte van zonden bedekt, maar het noemt niet het kwade goed, louter omdat een respectabel mens dat kwade heeft begaan; het verontschuldigt geen tegenstrijdigheden, louter omdat de tegenstrijdige broeder een belangrijke naam heeft en een vurige geest; oneerlijkheid en wereldsgezindheid blijven oneerlijkheid een wereldsgezindheid, ook al wordt die gezien in iemand die blijk geeft over geen algemene ontwikkeling te beschikken".

HORATIUS BONAR (1808-1889)

http://www.fundamentalbiblechurch.org/Tracts/fbcjudge.htm

 

Eindnoten

1.  Het Griekse grondwoord is overal krinoo: onderscheiden, (be)(ver)oordelen. De KJV en NBG geven "oordelen".
2.  Gr. sugkrinoo: verbinden, vergelijken, verklaren, beoordelen. KJV: comparing. NBG: vergelijken.
3.  Gr. ekkathairoo: wegruimen.
4.  Gr. teleiůn: voltooiden; KJV: full age; Hebr 5:14.

 

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be